Vrijdag 27 januari, Den Bosch
We rijden door een donker Friesland naar Moddergat. De maan staat heel lief aan de hemel, heeft wel iets weg van een verlicht wiegje dat in de lucht hangt, een modern sprookje.
Als we in Moddergat aankomen, is ons huis door en door koud. Het duurt zeker anderhalf uur voordat het een beetje warm is. Wyb haalt een dekbed van boven en in een stoel kruipt ze onder het dekbed om warm te worden.
Ik moet toch constateren dat al die voorspellers er dit jaar weer naast zitten. Het zou een ongekend koude winter worden. Tot nu toe hebben we daar gelukkig niets van gemerkt. Ik zeg gelukkig omdat al dat gereis van ons tussen Den Bosch en Meppel met een strenge winter een stuk beroerder wordt.
Esmee, Arjan en Malu zijn vanochtend om half zes op Schiphol geland, terug van Thailand. Ik ben toch altijd weer blij als zo'n vliegtuig veilig in Nederland aan de grond staat.
Het internet is de eerste anarchistische staat in de wereld. De vrijheid is totaal. Maar je ziet dat overheden eraan binnen te morrelen. Er komen download verboden en zelfs twitter heeft laten weten dat het tweets kan censureren die een bepaald land niet welgevallig zijn. Er moet maar snel een alternatief voor twitter komen. Ik vind het erg prettig dat er tenminste één anarchistische plek op deze wereld is.
Anne is druk met haar scriptie bezig. Gisteren klaagde ze dat ze alleen nog maar aan die scriptie kan denken. Als ze met vrienden iets gaat doen, kan ze alleen maar over die scriptie praten.
We komen tot de conclusie dat het met tunnelvisie heeft te maken. Vandaag dwingt ze zichzelf om er niet te veel aan te denken en tussendoor ook leuke dingen te doen.
Yvonne uit Eindhoven belt dat het met mijn laatste tante die nog in leven is niet goed gaat. Vandaag is bij haar Alzheimer geconstateerd. Ik hoop niet dat ze hetzelfde aftakelingsproces als mijn moeder gaat meemaken.
In Meppel ontmoet ik sinds lang weer Gertjan Slagter die voor Wyb een huisstijl voor Ogterop ontwerpt. Als we in De Harmonie een mooi ontwerp nodig hadden, dan vroegen we Gertjan.
We blijven liefst drie uur ouwehoeren over het verleden. We weten zeker dat het vroeger leuker was. Zijn we ouwe zakken aan het worden? Ja, we zijn ouwe zakken aan het worden, maar dat neemt niet weg dat het vroeger inderdaad leuker was.
Maar ja, dat dachten onze ouders misschien ook wel. Klopt. En vermoedelijk hadden die ook gelijk. Ook voor hen was het vroeger leuker. En hun ouders waren daar misschien ook wel van overtuigd. Wij geloven dat onmiddellijk. En hiermee is aangetoond dat het steeds minder leuk op de wereld wordt.
Uit de drab van de herinnering bubbelen soms rare herinneringen naar boven.
Ik zit in de eindexamenklas van de middelbare school. Ik had een docente Nederlands, Henriette Vreezen. Ik weet niet meer hoe het ter sprake kwam, wat de aanleiding was, maar op een gegeven moment zei ze tegen me: 'Volgens mij sterf jij omdat je wordt doodgeschoten.'
'Hè, wat zeg je nou?'
'Ja, volgens mij ga je dood omdat je wordt neergeschoten.'
'Waarom?'
'Omdat je zo fanatiek bent.'
Ze zou me nou eens moeten zien zitten: moe, maar wel heel braaf mijn dagelijks blog schrijvend. Nog steeds niet neergeschoten.
Donderdag 26 januari, Den Bosch
Mussen. Een mooi onderwerp, vind ik zelf. Daarom verheugde ik me al de hele dag om een blog te schrijven met de titel Mus 2. Ik wist precies hoe het blog eruit zou moeten zien. Ik zou wat gedichten over mussen in het blog zetten en foto's die ik ooit van mussen op Schiermonnikoog heb genomen.
Mooi hulpmiddel daarbij, leek me, was een van de eerste cadeaus die ik van Wyb kreeg. Het is een gedichtenbundel met de titel Licht zijn en de wolken tillen. De ondertitel luidt: Nederlandstalige gedichten over vogels.
Als ik thuiskom, pak ik meteen de bundel. Ik blader opzoek naar een gedicht over de mus. Ik kom echter geen enkel gedicht over een mus tegen. Daarom blader ik het zorgvuldig nog maar eens bladzijde na bladzijde door. Maar ook nu: geen enkell gedicht over een mus.
De bundel staat vol met gedichten over de nachtegaal -bij deze Vogeltelling staat deze vogel verreweg op plaats 1-, zwanen en zwaluwen. Voor de mus, die dagelijks om ons heen hipt, geen enkel gedicht.
Ten einde raad tik ik op google 'gedichten over mussen' in. Eerste suggestie is een rare site die 1001 gedichten heet. Er staat één gedicht over een mus op. Het is helaas te slecht om te citeren. Verder heeft Joke van Leeuwen een bundel uitgebracht met de titel Wuif de mussen uit. Waarom de bundel zo heet, wordt me bij het surfen niet duidelijk. Ik kom in ieder geval geen enkel gedicht over de mus tegen.
Het enige gedicht dat ik over de mus wel vind, is een klassiek gedicht van Jan Hanlo. Volgens mij heb ik het wel eens eerder in Dossiermoddergat.nl geciteerd. Het gaat als volgt.
De Mus
Tjielp tjielp – tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp – tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp
Tjielp
etc.
Jan Hanlo
Dit is verreweg het meest bekende mussengedicht. Het staat op verschillende muren in Nederland en Tom America heeft er ooit een compositie van gemaakt.
Verder is het zoekresultaat om te huilen. Er bestaan in de Nederlandse literatuur dus geen gedichten over de meest voorkomende vogel in ons land.
Onze dichters dichten wel over de nachtegaal, zo'n laffe vogel die zich nooit durft te laten zien, wel over zo'n protserig verschijnsel als de zwaan of over de zwaluw, een vogel die zo snel vliegt dat je hem nauwelijks ziet, maar over de mus, onze huis, tuin en keukenkameraad, zwijgt de Nederlandse dichter. Erg teleurstellend.
Ik kom nog wel een light verse van Bert Schierbeek tegen waar ik vrolijk van wordt.
Zegt Li:
een pond veren
vliegt niet als
er geen vogel in zit
Bert Schierbeek.
Omdat het vandaag Gedichtendag is ten slotte nog een gedicht.
Ballade van de kleine vogelwachter
De buizerd, roestend op zijn paal,
de havik die een postduif sloeg,
de torenvalk in stil gebed-
hij keek ze aan met grote ogen,
ernstig, stil en opgetogen.
Schriftjes vol met observaties,
veren, botjes, muizenschedels
kostbaar als een kinderschat-
aan de mussen kon hij horen
waar de uil verscholen zat.
Het jongetje is weggevlogen
in een man met grote dromen
en een wankel evenwicht-
zo nu en dan, bij helder zicht,
wordt hij als dwaalgast waargenomen.
Ingmar Heytze
Mussen beroven ons op Schiermonnikoog van appeltaart.
Woensdag 25 januari, Den Bosch
Ik vind het natuurlijk leuk om soms stoer te doen. Dan twitter ik dat ik kraanvogels of de zeearend heb zien vliegen. De lezer zou de indruk kunnen krijgen dat ik geen oog heb voor het simpele en alledaagse, dat ik alleen maar geïnteresseerd ben in bijzondere soorten. Die indruk wil ik graag wegnemen.
Een van mijn lievelingvogeltjes is de mus, de huismus, de proletariër onder de vogels. Het is een vogel die zo gewoon is, dat iedereen hem over het hoofd ziet. Dat is jammer, want wie goed kijkt, ziet dat het een prachtig geschakeerd vogeltje is.
Op zijn kleine lijfje komen in strepen, vegen bijna, alle schakeringen bruin bij elkaar. Nu moet ik toegeven dat, zoals altijd in het vogelrijk, de man veel mooier is dan de vrouw. Het vrouwtje is wel heel erg grijs. De man daarentegen ziet er zelfs wat aristocratisch uit. Door het zwarte maskertje op zijn gezicht kan hij heel streng kijken.
Nou vind ik het woord streng helemaal niet bij de mus passen. Ik hou van de mus omdat het zo'n opgewekt vogeltje is. Het is een vogeltje dat mateloos van gezelligheid houdt. Een echte huismus is zelden alleen. Een mus vindt niks leuker dan met een stel andere huismussen op stap te gaan en wat te dollen. Ze kwetteren dan volop met elkaar en het is een gedoe van jewelste.
Een paar weken geleden liep ik door Moddergat en zag een groep mussen ontzettend druk doen in een heg. Als mensen zich zo zouden gedragen, zou een of andere burgemeester er al snel een buurtregisseur opzetten.
Ik vind de mus ook leuk omdat het geen net vogeltje is. Sommige vogels kunnen zo wuft zijn, zo overdreven deftig doen. Neem de kluut, die stapt altijd zo ijzingwekkend voornaam door het water heen. Of kraanvogels, dat zijn helemaal van die decadente ijdeltuiten.
De mus is een scharrelaar. Die vindt het hartstikke fijn als er wat wordt geknoeid, als er wat rotzooi in zijn omgeving is. Dat is meteen een van de problemen waar hij mee heeft te maken.
Wij mensen zijn veel te netjes geworden. Door die nieuwe vuilnissystemen blijft alles brandschoon. Zo is er nooit meer eens een vuilniszak die langs de weg staat met een gat erin. Er is zelfs niemand meer die een tafelkleed uitklopt. In die steriele omgeving van ons is geen kruimeltje meer te vinden. Zonder dat we het weten, maken we het onze vertrouwde huismus zo erg moeilijk. Een mus moet wat kunnen pikken. Hij is gek op onze etensresten. Nu hij die nergens meer kan vinden, gaat het een stuk minder goed met hem.
Zo heeft hij tegenwoordig zelfs problemen om een nest te maken. Een mus is een rommelaar. Hij zweert bij rommel. Hij is gek op takjes, hondenhaar, veertjes en andere frutsels. Zijn nest is een grote rotzooi. Maar waar vindt een mus tegenwoordig nog rotzooi?
De mus heeft het moeilijk, maar dat neemt niet weg dat de huismus bij de Nationale Tuinvogeltelling weer met kop en schouder boven de andere vogels uitstak. Bij deze telling is hij liefst 145.799 waargenomen. Daarmee liet hij nummer twee, de koolmees, die 79.722 werd geteld, ver achter zich. Op de derde plaat eindigde de merel met 60.703 waarnemingen.
Ik vond de mus altijd al een sympathiek vogeltje, maar die sympathie is enorm toegenomen door een boekje dat ik 25 jaar geleden op een rommelmarkt kocht. De titel van het boekje luidt Gevederde vondeling en is geschreven door Clare Kipps.
Ze beschrijft uitvoerig haar relatie met een mus die ze in juli 1940 op de stoep van haar Londense woning meer dood dan levend opraapte. Ze neemt hem mee naar binnen en weet het kleine ding, dat ze Clarence doopte, in leven te houden. Samen brengen ze de oorlog door. Het woord huismus krijgt hierdoor een speciale betekenis. Opeens is een huismus ook huisdier. Clare schrijft er zo liefdevol over dat je zelf ook wel een mus als huisdier zou willen hebben.
De dichter Chris J. van Geel schreef de volgende drie gedichtjes over de mus.
Zwerm
Het regent in het briesen van tien mussen,
zij vliegen als één vleugel op uit gras.
Onder mussen
Getjilp langdurig in het treurige water,
in de verwilderde struiken baden de mussen.
Plein
De mussen drogen met hun veren
de dunne plassen op het plein.

Dinsdag 24 januari, Den Bosch
Tussen kerst en oud en nieuw logeerde Malu, die inmiddels al 1,5 jaar is, bij ons. Het was een fantastische week. Wyb en ik genoten met volle teugen van haar. Ik denk dat we ons deze week altijd zullen herinneren. Net zo als het moment waarop Malu voor de eerste keer opa zei.
Het is een hard gegeven dat Malu zich van al deze hoogtepunten niets zal herinneren. Het schijnt dat een kind voor zijn derde levensjaar nauwelijks herinneringen heeft. En als ze die herinnering wel heeft, dan zal die voor haar een heel andere waarde en betekenis hebben dan voor ons.
Wyb en ik beleven deze herinnering in het perspectief van alle jaren die achter ons liggen. We zien een heel klein vertederend meisje. Malu beleeft al de liefde en aandacht die ze krijgt als vanzelfsprekend. Ze wordt omringd door liefde en aandacht, dus voor haar is er niets speciaal aan de hand.
Onder andere door dit gegeven ben ik ervan overtuigd dat de liefde van een ouder voor zijn kind veel hechter en intenser is dan de liefde van het kind voor zijn ouder.
Hun rollen zijn natuurlijk ook totaal verschillend. Het is de rol van de ouder om te zorgen, liefde te geven opdat het kind groeit en sterk wordt. De ouder zit in de rol van gever.
Het kind daarentegen zit in de rol van nemer. Het is zijn taak om te groeien, groot te worden en uiteindelijk de ouder te verlaten en een zelfstandig leven op te bouwen.
Eerlijk gezegd vind ik het ouderschap wel een totalitairachtige manier van zijn. Toen ik aan kinderen begon, wist ik eerlijk gezegd niet waar ik aan begon. Als je een kind hebt, blijkt je liefde totaal te zijn. Alle vrije tijd die je ooit had, is voor een groot deel verdwenen. Een kind eist alle aandacht en de zorgfunctie houdt, tot het het huis uit is, nauwelijks op.
Maar ook als kinderen het huis uit zijn, blijf je je bezorgd voelen, blijft je kind nog volop je kind. Het hebben van een kind is geen periode in je leven. Een kind heb je tot je dood. Dus eerst heb je geen kinderen, daarna heb je je hele leven lang een kind en zal de periode dat je geen kinderen had nooit meer terugkeren.
Ik kom erop omdat ik met Lucas een eetafspraak heb. Hij wil een voorstelling maken over vaders en zonen, vaders en zonen in alle levensfases. De voorstelling gaat Dinner with Dad heten. De vader zal op het toneel koken en de acteurs zullen na de voorstelling samen met het publiek eten.
We komen op essentiële vragen. Zoals: wanneer besluit een kind zijn vader niet meer te kussen als hij naar bed gaat? Wanneer staat een vader niet meer op zijn voetstuk? Wanneer begint een kind zich zelfs voor zijn ouders te schamen?
Ik weet nog dat ik een keer met Anne de Korenmarkt in Arnhem wilde oversteken. 'Hé, Geer, zou je het erg vinden als je even een paar passen voor me gaat lopen?' fluisterde ze me toe. Tsja. Dan weet je als vader zeker dat je kind een andere levensfase ingaat.
In het gesprek met Lucas poneer ik ook nog de stelling dat een ouder ook het kind van zijn kind kan worden. Ik poneer het nog voorzichtig want ik weet niet alleen dat het kan, ik weet ook dat het gebeurt. Eigen ervaring. Op een gegeven moment moest ik constateren dat mijn moeder eigenlijk mijn dochter was geworden. Ik hoop trouwens niet dat ik de zoon van mijn dochters word. Wat mij betreft slaan we deze fase over.
Ik herinner me de vroegste jeugd van Anne en Esmee als enorm Tedere Jaren. We probeerden ze met grote liefde op te voeden. Voor Lies en mij zijn het onuitwisbare jaren. Maar net zo als Malu zich niets van haar logeerpartij zal herinneren, zo hebben Anne en Esmee vrijwel geen herinnering aan die Tedere Jaren.
Gelukkig kunnen ouders zich troosten met de gedachte dat al die Tedere Jaren vermoedelijk wel een goede invloed op hun kind hebben gehad. Al weet je zelfs dat niet zeker. Ik vond opvoeden maar een onzekere bezigheid. Je weet eigenlijk nooit zeker of je het wel goed doet. Dat neemt niet weg dat door dit soort verschillende herinneringen en ervaringen er een fundamenteel verschil is waarop ouders en kinderen naar elkaar kijken.
En voor de duidelijkheid: ik heb er geen bezwaar tegen. Wie ben ik? Maar ik vind het wel een wonderlijk gegeven dat, als je zo dicht bij elkaar leeft, er toch zulke andere belevingen en herinneringen zijn.
'All the world's a stage, And all the men and women merely players; They have their exits and their entrances; And one man in his time plays many parts,' zei de oude bard.
Maandag 23 januari, Den Bosch
De woorden die ik nu schrijf, hoorde niet bij het blog dat ik schreef. Ik schrijf deze woorden de volgende dag. Het blog hieronder was namelijk een experiment. Ik besloot toen ik het blog schreef vier teksten onder elkaar te zetten die mij die dag raakten. Bovendien vond ik het wel mooi vervreemdend om vier teksten, die niets met elkaar te maken hebben, onder elkaar te zetten.
Meestal lees ik de volgende dag mijn blog terug als ik op de wc zit. Zo ook vandaag. Toen ik het blog teruglas, vond ik het eigenlijk niks en besloot het van dossiermoddergat.nl af te halen. Bij nader inzien doe ik dat niet omdat de lezer vandaag dan niks te lezen heeft. Dat laatste vond ik erger dan een mislukt experiment. Dus vandaar dat de lezer vanaf hier het echte blog kan lezen.
Twaalf dingen die succesvolle mensen anders doen.
1. Ze jagen duidelijk omschreven, expliciete doelen na
2. Ze handelen krachtig en doeltreffend
3. Zij vinden het belangrijk om bezig te zijn met de inhoud en zijn er niet op gericht om het druk te hebben
4. Ze nemen logische beslissingen, gebaseerd op heldere informatie
5. Zij vallen niet voor de verleiding van het (onbereikbare) perfecte
6. Zij kunnen ook functioneren buiten hun 'confort zone'
7. Zij houden dingen zo simpel mogelijk
8. Zij streven naar een opeenvolging van kleine verbeteringen
9. Zij houden hun voortgang precies bij
10. Zij worden niet pessimistisch van hun fouten
11. Zij brengen tijd door met mensen aan wie ze wat hebben
12. Zij zorgen voor balans in hun leven
Met dank aan Welingelichte Kringen. Wie er meer over wil lezen: www.marcandangel.com
"Lasseter had eigenlijk liever een traditionele Hollywoodstudio gezien met een apart gebouw voor verschillende projecten en bungalows voor de ontwerpteams. Maar de mensen van Disney vertelden dat zij een hekel hadden aan hun nieuwe campus omdat de teams zich geïsoleerd voelden, en Jobs begreep dat. Hij besloot zelfs dat ze voor het andere uiterste moesten gaan, namelijk één gebouw rond een groot binnenplein dat ontworpen was om toevallige ontmoetingen te bevorderen.
Ook al was hij een digitale wereldburger, of misschien omdat hij maar al te goed wist hoe gemakkelijk je daarin geïsoleerd kon komen te staan, geloofde Jobs stellig in ontmoetingen van mens tot mens. 'In ons netwerktijdperk is er de neiging te denken dat ideeën ontwikkeld kunnen worden door middel van e-mail en iChat,' zei hij. 'Dat is belachelijk. Creativiteit komt voort uit spontane ontmoetingen, uit toevallige discussies. Je komt iemand tegen, je vraagt waar die mee bezig is, je zegt wow, en dan komen er vanzelf allerlei ideeën bij je op.'
En dus liet hij het Pixar-gebouw zo ontwerpen dat ontmoetingen en ongeplande samenwerkingen konden ontstaan. 'Als een gebouw dat niet bevordert, dan verlies je een heleboel innovatie en de magie die uit toeval ontstaat,' zei hij.
Fragment uit de biografie van Steve Jobs.
Hoor
Men vond een schuilplaats, men hoorde
de kreet en de schreeuw,
de echo van argwaan en eerzucht,
en hoor:
men verzon de weerbarstige waarheid.
Armando, uit de bundel Gedichten 2009
het is vreemd
het is vreemd als beroemde mensen doodgaan
of ze nou de goeie strijd hebben gestreden of
de verkeerde.
het is vreemd als beroemde mensen doodgaan
of we ze nou graag mochten of niet
ze zijn als oude gebouwen oude straten
dingen en plaatsen waaraan we gewend zijn
die we accepteren gewoon omdat ze
bestaan.
het is vreemd als beroemde mensen doodgaan
het is zoiets als de dood van je vader of
een huisdier.
en het is vreemd als beroemde mensen omkomen
of zichzelf de dood aandoen.
het nare van beroemdheden is dat ze moeten
worden vervangen en ze zijn niet echt
te vervangen en dat geeft ons die unieke
treurigheid.
het is vreemd als beroemde mensen doodgaan
dat de trottoirs er anders uitzien en onze
kinderen er anders uitzien en onze bedgenoten
en onze gordijnen en onze auto's.
het is vreemd als beroemde mensen doodgaan:
we worden ongerust.
Charles Bukowski
Zondag 21 januari, Den Bosch
Ik heb twee plekken waar ik in alle rust kan nadenken. Verreweg de beste plaats is het bad, mijn meditatieplek bij uitstek. Meteen daarna komt de auto. Zet me in een auto, laat me kilometers maken en het mijmeren begint.
Afgelopen vrijdag moest ik mijn auto met pech in Roosendaal achterlaten. Als vervangende auto kreeg ik een Opel Astra mee. Een vertrouwde auto, want in mijn studententijd heb ik er verschillende versleten.
Terwijl ik veel te laat naar Meppel rijd, vraag ik me ineens af wat het verschil is tussen amusement en kunst. Er moet toch verschil zijn, anders waren er geen twee woorden. Ik probeer het voor me zo scherp mogelijk te formuleren en kom op het volgende onderscheid.
Amusement heeft geen ander doel dan iemand vermaken. Met amusement laat je even iemand zijn leven vergeten. Amusement neemt het publiek mee in een schijnwereld. Dat doet het amusement door een lach, een liedje, een lekker verhaal. Laat ik duidelijk zijn: ik ben gek op amusement, ik vind het heerlijk om even mijn leven te vergeten.
Met kunst is het anders. Kunst laat je het leven niet vergeten, kunst zegt juist iets over het leven, kunst doet een uitspraak over het leven. In tegenstelling tot amusement grijpt kunst je beet en drukt je met je neus op het leven.
Dat neemt niet weg dat kunst ook amusement kan zijn. Kunst kan je namelijk met je neus op het leven drukken zonder dat je dat door hebt. Net als amusement kan kunst je meevoeren, weg van het leven. Maar er is één verschil. Als het amusement is afgelopen is het leven er weer zoals het er altijd was, amusement heeft er niets op afgedongen of aan toegevoegd. Als kunst is afgelopen, dan is er iets gebeurd, dan heeft het iets gedaan met je leven. Of heeft het een uitspraak gedaan die over het leven gaat.
Kunst gaat verder dan amusement. Daarom is kunst ook discutabel. Amusement is veilig, comfortabel. Kunst kan oncomfortabel zijn, gevaarlijk zelfs, kunst snijdt, ontroert. Kunst doet een uitspraak over het leven.
Kunst heeft echter een groot nadeel. Kunst kan ook alleen maar over kunst gaan. Kunst heeft de neiging om op zijn voorgangers te reflecteren, alleen nog maar te gaan over andere kunst. Dan wordt het kunst kunst. Als je er dan geen verstand van hebt, snap je er geen bal van. Heel vervelend. Kunst kunst kan sowieso vervelend zijn. De kans is redelijk aanwezig dat het een incestueuze bezigheid wordt.
Het gevaar bestaat bovendien dat die kunst kunst kenners precies weten wat goed en fout is. In de poëzie is dat bijvoorbeeld zo. Als poëzie enigszins verhalend is, anekdotisch, dan is het bij voorbaat verdacht. Mag niet van de mensen die er verstand van hebben. Zij vinden dat het een illusie is om te denken dat je een direct gevoel kunt overbrengen of direct met de lezer kunt communiceren. Zij zoeken het in het onverstaanbare, het onzegbare, het puur talige.
In de beeldende kunst zie je het ook. Als het een beetje te duidelijk, te herkenbaar wordt, dan is het niet goed. Dit heeft tot gevolg dat veel kunst zich heeft losgezongen van de samenleving, dan het een gedoetje wordt voor insiders.
Ik zelf vind dat heel vervelend. Ik vind dat de lucht uit de kunst wordt gehaald. Wat heb je aan gedichten die door vrijwel niemand worden gelezen? Wat heb je aan beeldende kunst waar niemand in is geïnteresseerd? Wat heb je aan toneel waar geen publiek voor is?
Daar komt bij dat ik juist van het verhaal hou, de anekdote. Ik ben er van overtuigd dat verhalen je leven bij elkaar houden. Zonder verhalen zou je leven verbrokkelen tot niks. Ik hoop dan ook op de herwaardering van het verhaal. Kunst over kunst hoeft niet slecht te zijn, maar de bron van kunst is het leven. Waarom zou het leven dan verdacht zijn, waarom zouden we er niet volop uit putten?
Shit. Dit blog loopt uit de hand. Ik wilde eigenlijk iets over dammen schrijven, maar dat onderwerp over kunst nam me te veel mee. Ik kan soms zo mateloos zijn. Moet ik toch op letten.
Zaterdag 21 januari, Moddergat
In De Schatkist kom ik steeds een oude foto van me tegen. Ik sta voor de boekenkast van ons huis op de Westkanaaldijk in Nijmegen. Ik kijk frontaal de lens in en ben naakt. Maar niet helemaal. Voor mijn piemel houd ik een dambord. Jaren zeventig: alles moest kunnen.
'Wat vind je?' vraag ik aan Wyb, 'kan ik deze foto op dossiermoddergat zetten?'
'Ik zou het niet doen,' zegt Wyb met een vies gezicht. 'Je staat er niet erg florissant op. Ik zou zo nooit op je gevallen zijn'.
Eigenlijk wist ik haar antwoord al.
Op de foto is niet mijn naaktheid het meest onthutsende. Het meest confronterende is mijn hoofd. De foto onthult hoe ik er midden jaren zeventig uitzag. Ik leek nog het meest op het plaatje dat de sigarendozen van het merk Elisabeth Bas sierde. Lang haar tot op mijn schouders. Pijpenkrullen. Met mijn baard wedijverde ik met Karel Marx.
Voor de tweede keer deze week pleeg ik censuur op mijzelf. Dus geen bijna naaktfoto. Ik begrijp maar al te goed wat De Censor zegt. Maar ik vind het ook jammer. Want onder dat rare gezicht zit een lijf zonder buik, er zit zelfs een afgetraind lijf onder.
'Je benen zijn nog steeds hetzelfde,' zegt Wyb.
Mooi. Dan is tenminste iets hetzelfde. Ik stop de foto terug in De Schatkist.
Het was mij overigens helemaal niet te doen om mijn gezicht of lijf. Het was me te doen om het dambord. Ik ben er inmiddels achtergekomen dat ik van dingen hou die op het punt van verdwijnen staan.
Al is verdwijnen misschien een te groot woord. Vermoedelijk druk ik me beter uit als ik zeg: ik hou vaak van dingen die zich op het ogenblik niet in een grote populariteit mogen verheugen. Om een paar dingen te noemen: poëzie, toneel, lezen, kranten. Zonder problemen kan ik aan dat rijtje dammen toevoegen.
Dammen? Wat is dat voor een raar onderwerp?
Ik durf het eindelijk toe te geven. Dat duffe spel met 20 witte en 20 zwarte stenen komt regelmatig terug in mijn leven. Ik weet ook precies waar het vandaan komt. Het komt door mijn vader die een niet onverdienstelijke huisdammer was. Daar komt bij dat hij een kennis had, meneer Ribbers, die ook erg goed kon dammen. Een paar keer per jaar kwamen ze bij elkaar op bezoek om te dammen.
Dat kan bijna niet waar zijn, denk ik als ik de vorige zinnen opschrijf. Wie komt er nog bij elkaar om te dammen? Ik praat over een wereld die is uitgestorven.
Mensen die dat ooit mogelijk hadden kunnen doen, zitten nu achter hun computer te gamen. Niet aan een eettafel met een kennis die vlakbij woont, ze zitten op hun kamertje achter een computer en spelen dynamische spelletjes met iemand uit Canada of Brazilië.
Door mijn vader en meneer Ribbers raakte ik in de ban van het dammen. Ik kocht wat boekjes, bestudeerde een beetje de theorie. Toen ik wat ouder werd, kwam meneer Ribbers niet meer thuis om met mijn vader te dammen maar met mij.
Op de middelbare school stak ik een vriendje aan met dat rare damvirus. Opnieuw zat ik heel vaak aan die eettafel om een partijtje te spelen. Na een tijdje besloten Geert Theloosen en ik zelfs om lid te worden van de Nijmeegse damclub.
Toen wij er voor de eerste keer heen gingen, schrok ik wel. In een rokerig zaaltje zaten zo'n veertig oude mannen naar een dambord te turen. Slechts hier en daar zat iemand onder de 60 jaar. Het bleek wel een sterke club te zijn. Zo liep er de voormalig kampioen van Nederland rond, zijn naam ben ik vergeten.
Al die mannen boven de 60 jaar bleken trouwens vrijwel onverslaanbaar. De eerste avond werd ik verpletterd door zo'n bejaarde met sigaar in zijn mond. Ik weet zelfs nog hoe hij heette: Herman. Aan het begin van die avond kwam de Nederlands kampioen langs wandelen. Hij bleef achter mij een minuutje naar mijn stelling kijken. Ik werd er helemaal zenuwachtig van.
Toen ik een paar uur later had verloren, kwam de Nederlands kampioen naar mij toe. 'Weet je waarom je hebt verloren?' vroeg hij.
'Geen idee,' moest ik toegeven.
En tot mijn verbazing zette hij zonder aarzelen mijn stelling van een paar uur geleden op en liet hij mij zien hoe ik het op de rechterflank had laten afweten.
Geert Theloosen en ik zijn zo'n jaartje lid geweest. Er kwam een avond dat ik opnieuw tegen Herman moest spelen. En verdomd, ik won. Herman werd toen heel boos op me. Ik begreep volstrekt niet waarom. Totdat andere clubleden mij influisterde dat ik mij er niets van moest aantrekken. Herman kon gewoon niet tegen zijn verlies.
Vrijdag 20 januari, Meppel
's Nachts om vijf uur moet ik pissen.
'Dat blog, dat kan niet,' denk ik als ik slaperig in de pot sta te kletteren.
Omdat ik mijn iPad aan het opladen ben, staat de computer gelukkig nog aan. Ik log in op mijn site en stel in dat het blog niet getoond mag worden. Snel ga ik weer naar bed.
's Ochtends laat ik het blog aan De Censor lezen. Het blog gaat over de liefde in het theater. Of liever, over het ontbreken van liefde. De Censor vindt dat het blog best wel kan. 'Het is goed voor de discussie,' oordeelt ze.
Ik twijfel nog steeds, maar het oordeel van De Censor heb ik hoog. Ik log in en geef aan dat iedereen het blog weer mag lezen.
Tegen half negen belt Matthijs. 'Nou Gerard, ik weet niet of het verstandig dat je dat blog hebt geschreven.'
Dan weet ik het zeker. 'Je hebt gelijk,' geef ik meteen toe. En nog voordat hij is uitgesproken, zeg ik dat ik het blog eraf zal halen.
Mijn Censor is altijd scherp als het om enigszins erotische of intieme zaken gaat, maar als het om echte zaken gaat, is De Censor opeens veel minder streng. Ik vind wel dat ik op mijn Censor moet kunnen vertrouwen. Over welk onderwerp het ook gaat.
's Middags rij ik na een bezoek aan de schouwburg van Roosendaal de parkeergarage uit. Als ik honderd meter heb gereden, voel ik de kracht van de motor afnemen. Er beginnen allerlei lampjes te branden.
Na twintig meter sta ik helemaal stil. Wat ik ook probeer, het enige resultaat is wat machteloos gepruttel van de motor. Gelukkig bestaat Citroën Assistance. Binnen een half uur rijdt een grote takelwagen de straat in. Tien minuten later staat mijn auto op de wagen en rijden we naar de garage.
In garages wordt tegenwoordig nauwelijks nog gesleuteld. Ik blijk in een soort grote computer rond te rijden. Een computer die kan worden uitgelezen. Als ze mijn rijdende computer uitlezen, blijkt dat er drie systemen kapot zijn. Reparatie duurt uren, laat men mij weten.
De garage regelt een taxi die mij naar het bergingsbedrijf brengt. Daar staat een vervangende auto klaar. Ik vertel het hele verhaal hier in dertien regels. In het echt beslaat het verhaal liefst vier uur. Het komt er op neer dat ik na vier uur niet in mijn eigen Citroën Roosendaal uitrij, maar in een vervangende auto, een Opel Astra.
Maandag word ik gebeld over het lot van mijn eigen auto. En dan heb ik het nog niet over mijn bagage gehad die ik met mij mee moet slepen omdat we naar Moddergat zouden gaan.
Al dat gedoe betekent wel dat ik te laat ben voor het concert van Frank Boeijen in Meppel. Ik ga daar graag heen omdat ik Frank dan eindelijk weer eens zie. Hij is een oude jeugdvriend. Tijdens onze puberteit zagen we elkaar regelmatig. Ik weet zeker dat ik vandaag de enige in de zaal ben die zowel zijn eerste als dit laatste concert heeft gezien.
Ik kan me zelfs nog goed herinneren dat Martin Bokelman zei dat Frank in een band speelde. Wij waren achttien, negentien jaar. Frank was twee jaar jonger. Wij gingen naar het eerste concert in een café in Lent. Daar bleek dat het jonge ventje, dat regelmatig in onze vriendenkring opdook, heel goed te kunnen zingen en gitaar te spelen.
Dat nam niet weg dat wij dat gedoe met die band enigszins kritisch bekeken. 'Je kunt hem moeilijk verstaan,' zei of Jacques of ik. Maar onderwijl waren wij stinkend jaloers.
Wij hadden altijd met enige meewarigheid naar Frank gekeken, het was duidelijk dat hij een paar jaar jonger was. Nu bleek hij opeens iets te kunnen wat wij absoluut niet konden. Dat was een beetje raar, want wij vonden ons toch echt briljant, al was dat tot nu toe nog uit niets gebleken.
Veertig jaar later luister ik naar het concert van een man met een oeuvre. Frank speelt nummers uit de jaren zeventig, de jaren tachtig en alle jaren daarna. Alle nummers zijn duidelijk van de hand van Frank Boeijen. Hij speelt zes nieuwe nummers.
Het concert staat als een huis. Terwijl ik zit te luisteren bedenk ik dat een man met een oeuvre een gelukkig man moet zijn. Een oeuvre is als een kind, je laat een stem na. Het is toch mooi dat je een leven lang aan een soort organisme hebt gewerkt, een organisme van liedjes, een organisme van muziek en woorden.
Ik vind het een mooi gegeven dat ik het opbouwen van dat oeuvre heb mogen meemaken. Tussen dat eerste concert en vanavond zitten vermoedelijk honderden liedjes. Allemaal even herkenbaar van zijn hand. De naam van Bob Dylan valt een paar keer. Helemaal terecht.
Frank vraagt of we bij het laatste concert van zijn tournee in Nijmegen komen. Hij nodigt dan ook Jacques en Fons uit. Dat lijkt me een uitstekend idee.
Donderdag 19 januari, Den Bosch
Vandaag heb ik eigenhandig mijn blog gecensureerd. Dit keer niet op bevel van De Censor, maar op intuïtie van mijzelf. De functies van zakelijk leider en blogger zijn soms moeilijk te combineren. Hard ingrijpen is zo nu en dan noodzakelijk. Zoals vandaag. Met excuus. Het aankomend weekend zal ik de lezers van dit blog extra verwennen.
Woensdag 18 januari, Den Bosch
Mark Rutte pakt de arm van Twan Huys.
'U pakt de arm van de interviewer,' zegt Twan Huys, 'omdat het dan lijkt dat u een vriendelijk antwoord gaat geven. U wilt vertouwelijkheid creëren. Dat heeft u geleerd op de mediatraining.'
'Ik heb nooit mediatraining gehad,' zegt Mark Rutte, 'dat meen ik.'
'Dat is niet waar,' zegt Twan Huys, 'ik ken tenminste twee mensen bij wie u mediatraining heeft gehad.'
Zo gaat het wat op en neer. Twan Huys noemt een naam. Waarop Mark Rutte zegt: 'O, u bedoelt cameratraining.'
Mark Rutte frommelt weer eens met de waarheid. Alsof cameratraining geen mediatraining is. Het is de zoveelste keer dat ik Mark Rutte betrap op het boetseren van de realiteit naar wat hem het beste uitkomt. Ik zal het eens gaan bijhouden. Als onze premier iets beweert, dan moeten we met z'n allen alert zijn of het ook daadwerkelijk klopt.
Ik vrees eerlijk gezegd dat het veelvuldig lachen en vrolijk zijn van Rutt ook met dat boetseren heeft te maken. Met al die zogenaamde opgewektheid creëert hij een laagje lucht tussen hem en de serieusheid van het onderwerp. Hij isoleert als het ware de ziel van een pijnlijk onderwerp waardoor hij het kan modeleren naar zijn eigen belang.
Het is een naar trekje, een demagogisch trekje. Of misschien is het geen trekje maar een trek. Voor mij tast het keer op keer zijn geloofwaardigheid aan.
Bij de vorige verkiezingen heb ik serieus overwogen om op hem te stemmen. Ik ben zo blij dat ik dat niet heb gedaan. Stel je voor dat ik het wel had gedaan. Ik had me vier jaar lang moeten schamen voor mezelf omdat ik met mijn stem die Blonde Twitteraar in het centrum van de macht had gebracht.
Het leven gaat met horten en stoten, is mijn ervaring. Ik zag het bij het opgroeien van Anne en Esmee. Er waren periodes dat hun ontwikkeling heel gelijkmatig was, heel lineair verliep. En dan opeens, vooral na vakanties, zag je dat ze met een schok in hun ontwikkeling groeiden, dat ze een nieuwe fase ingingen.
Natuurlijk merk ik bij mijzelf ook van die horten en stoten. Zo sta ik dit jaar aan de vooravond van een nieuwe hort. Vanaf het begin dat ik bij Het Zuidelijk Toneel werk, heb ik tegen Matthijs gezegd dat ik het twee kunstenplanperiodes zou doen, dus twee keer vier jaar. 2012 is het laatste jaar van de tweede vier jaar.
Dit betekent dat ik per 1 januari 2013 iets anders ga doen. De afgelopen tijd heb ik daar veel over nagedacht. Er zijn verschillende mogelijkheden. Door alle plannen die we nu bij Het Zuidelijk Toneel maken, is het zeker niet uitgesloten dat ik bij het gezelschap blijf. Niet als zakelijk leider, maar wel in een andere functie.
Ik kan er nu nog niets over zeggen. Ik kan er pas over schrijven, vind ik, als Het Zuidelijk Toneel de nieuwe plannen bekend heeft gemaakt. Maar al die mogelijkheden, zorgen er wel voor dat ik volop met de toekomst bezig ben. Nou ja, toekomst. Het is meer het laatste stootje in mijn loopbaan.
Zoals het nu naar uitziet, kan ik op mijn vijfenzestigste met pensioen. Dat betekent dat ik nog acht jaar heb te gaan. Dat is niet veel meer. Die tijd wil ik natuurlijk wel zo nuttig mogeljk besteden.
Ik heb daarbij een voor mij belangrijke gedachte. In mijn hele leven heb ik eigenlijk altijd andere mensen gefaciliteerd. Ik wil nu ook wel eens mijzelf faciliteren. Als organisator ben ik altijd dienstbaar geweest, naar kunstenaars, naar publiek, naar de politiek. Ik heb zaken voor anderen, om anderen heen georganiseerd. Ik vind dat dit per 1 januari 2013 maar eens afgelopen moet zijn en dat ik zaken voor mezelf moet organiseren.
Zelden is mijn blog zo abstract geweest. Maar ik kom er zeker op terug. Als dit een strip was, zou er wordt vervolgd onder staan.


Powered by Maakum Websites